Blog Linda

Fragmenten uit de blog:

6 & 7 augustus
Aankomst in het dorp
Met een onnavolgbare snelheid treden we de groene bergen en de bruine rivier tegemoet. De taxichauffeur haalt links en rechts alles in wat mogelijk is. Het is donker bewolkt en “koud” vandaag, zo’n 29 graden, volgens Fenmei. De hoek om, een houten straatje in, hier is het. Oma wacht ons op. Het huis van Fenmei Aboe (oma) en Fenmei Akong (opa) heeft sierlijke roestvrij stalen deuren. Op de stoep voor het huis staat iemand te breien. Opa draagt een wit hemd met grote mouwgaten en een korte broek. In de grote hal beneden is ook een tante met twee kinderen die tv kijken vanaf een bed. Iedereen komt naar binnen staren. Opa is een beetje gespannen, denkt Fenmei, en oma is bang dat we haar eten niet lusten. Op de ronde tafel staan een groot aantal schalen met vlees, vis, groenten, tofu en een “8-wielen meloen”. Opa heeft al gegeten en blijft buiten op een kruk zitten. De kinderen eten voor de tv. In m’n ooghoek zie ik in het gat van de deur een meisje voorbij lopen, een jaar of 8 of 9. Ze heeft een wit jurkje aan en kort, zwart haar, het ‘bloempotten’ kapsel – zo was het, zo zal het zijn geweest. Dit was Fenmei twintig jaar geleden, huppelend door de straten van Yuhu, en zie haar nu eens zitten. Fenmei is eigenlijk zo van ons, zo Nederlands.
woonkamer-gootouders
9 augustus
Om 6 uur staat de taxichauffeur van de dag voor de deur. We ontbijten in de auto, warme dumplings uit een plastic zakje. Tante en haar twee kinderen gaan ook mee. We passeren de waterval waar we ’s middags zullen terugkomen om te zwemmen. Daarna volgt de ene haarspeldbocht op de andere. Deze ongelooflijk mooie bergkam hoort zomaar tot de geboortegrond van Fenmei. Ineens kunnen we niet meer verder, de weg is geblokkeerd door rotsblokken en grote stenen, een graver is hoger op de berg aan het werk. Hoe nu verder? Rechts is de berg, links de afgrond en achter ons het weggetje hoe we gekomen zijn. We stappen uit, iemand roept naar de man in de graafmachine. Natuurlijk, Fenmei lost het op: we klauteren zelf over de blokken en tante belt een nieuwe taxi die ons ophaalt aan de andere kant van de stenen. We lopen het stuk, en al wachtende steeds een beetje verder. Zo raken we vanzelf bij de eerste huizen van het dorp van de vader van Fenmei. Daar ontmoeten we dan Tweede Oom van Fenmei, die nu in het geboortehuis van haar vader woont. Hij weet van onze komst en hij wil ons graag de tempel laten zien, en de hoge bomen, en eigenlijk alle andere mooiste plekjes van het dorp. Wij, we willen door naar het huis. We lopen langs enkele rijstvelden een smal paadje omhoog, en daar staat letterlijk ‘een huis op een berg’. De houten veranda kijkt uit over de groene hellingen. De berg zorgt voor water bij het huis. Paradijs is hier. Het voorzichtige licht in de keuken zet ons direct in beweging. Vangen is een tweede.
Tweede oom, en twee bevriende mensen uit het dorp slaan aan het hakken en snijden. De lunch wordt voorbereid, het is acht uur ’s ochtends. Anderhalf uur later zitten we aan een warme welkomstmaaltijd, met gedroogde vis, varken, lever, verse vis, rund, boontjes en bier en rijstwijn.
a1 a2 a4 a5
11 augustus
Samenleven
We zijn weer begonnen met groepsportretten. Heerlijk, zo’n middag met veel verleidingskracht, moed en plezier, de wereld een beetje op stelten zetten en verrassen. We bezoeken de apotheek, de fietsenmaker, de kapsalon, de creche en de koersvolgers bij de bank, in de airco ruimte.
Later op de dag nemen we opa en oma mee naar de plek waar ze een van hun laatste familiefoto’s maakte, toen Fenmei hier nog woonde.
d-schreeuwlelijk-oma d-fietsenmaker b6 b1
15&16 augustus
s Avonds eten we alweer wat nieuws van oma: kleefrijst met dadels in het hart, ingepakt in bamboebladeren. Deze blijken afgekoeld dagen heerlijk te zijn, ’s ochtend en ’s avonds, overal tussendoor. Het eten van oma speelt onverwacht en onuitgesproken een hoofdrol deze week. Elke keer verrassend, vol van smaken, en eerlijk. Eten met stokjes draagt aan de puurheid bij; het geeft veel meer lucht dan de lepel in je mond. Chinezen proeven vooral vooraan op de tong. Ik beleef het smakken van oma en opa steeds meer als natuurlijk. Je gaat vanzelf meedoen. Zo worden meer onbekende gewoonten binnen een week een vanzelfsprekendheid.
bamboe1 bamboe2
28 oktober
‘Italianen mogen de Chinezen niet’, zegt Derde Oom. ‘Dat is gewoon zo.’ Vanaf het vliegveld vertrekken we met Fenmei en Derde Oom, ‘Gigi’, direct naar een goede vriend van oom Gigi in Prato. Prato is dé textielindustriewijk van Italie. We rijden door de prachtige bergen, de tomtom wijst in het Chinees de weg. Alleen verkeersborden verraden dat we in Italie zijn. De vriend, ook geboren in Yuhu, heeft een goed lopend Italiaans (!) restaurant waar we lunchen. Binnen, achter de satijnen baldakijnen is er Chinees en Italiaans personeel. Er komt op z’n Italiaans veel wijn ter tafel, van een speciaal huis uit de streek. We eten vlees, salade en Spaghetti Carbonara. De twee vrienden zijn opgetogen, ze zien er goed uit, omarmen elkaar veelvuldig. Er komt nog een derde vriend bij. De drie mannen zijn goed gekleed: strakke overhemden, wollen spencers, een kashmier sjaal. De Chinese ondernemers doen het snel goed hier. Ze werken hard en weten geld, veel geld te maken. Soms verdwijnt het ook plots weer in bakken. In Prato maken de Chinezen ‘Made in Italy’ mode tegen ‘made in China’ prijzen. Nu is het door de crisis een moeilijke tijd; veel textielhandels of fabrieken moeten sluiten. De goede vriend verdiende vorig jaar een miljoen euro. Hij wilde nog ietsje meer, en werd toen beboet door de politie voor namaak-goed dat in China van een bekend merk werd gekopieerd. Hij raakte veel geld kwijt. Nu heeft hij er eigenlijk een beetje tabak van. Hij wil dit jaar wat van het geld terugverdienen om volgend jaar terug te gaan naar China en daar wat nieuws te beginnen. De goede vriend neemt ons de hele middag mee op pad. Hij rijdt ons rond, bedenkt van alles om ergens binnen te komen, en trakteert op eten. Een manier om zijn beste vriend Derde Oom gezicht te geven. In een dikke auto zoeven we door de Spaanse polder van Bologna. We bezoeken enkele inkoophandelaren, een naaiatelier,een verffabriek en een tassenatelier, een van de eerste in italie die nog steeds draait, en waar het voor veel Chinezen begonnen is. Hoe moeilijk het daadwerkelijk wordt om hier in Prato te filmen en fotograferen weten we dan nog niet. Prato ook wel st. Beijing (San Pechino) genoemd door de Italianen, is geheel in handen van de Chinezen. Nu de Chinezen zelfs Italiaans personeel in dienst hebben, is de afstand tussen de twee culturen, en de achterdocht groter dan ooit.
a h
30 oktober
We rijden ruim twee uur naar Milaan. We willen naar Chinatown, de grootste Chinese enclave in Europa na Parijs. En we gaan naar Oudste Tante. Onderweg ontmoetten we ook de man van Derde Tante, die vervolgens met ons mee gaat deze middag. Hij heeft vandaag vrij en verblijft in Milaan, hij werkt zes dagen als kok daar in een restaurant. Bijzonder blijft het, een vader of moeder zo dichtbij, maar die je nooit ziet. In Chinatown een concentratie van tassen- en modewinkels: kleine, volgepropte en grote, sjiekere zaken. Het ziet er hier heel anders uit als het Chinatown zoals wij dat kennen. Hier draait het om de mode: Pronto Moda. De gele, gouden kleuren van Toscane en de hoge barokke gevels doen mede Chinatown een heel andere uitstraling geven dan in Nederland. We eten Chinees bij een eigenaar uit Yuhu.

 

Einde dag rijden we naar Oudste Tante die getrouwd is met ‘Dictator-oom’. Het verlaten naaiatelier mogen we alleen in, zonder te fotograferen. Met argusogen worden we gevolgd. Bijzonder is wel dat Fenmei, met ons, zelfs niet in hun huis welkom is. Dictator-oom is bepalend, en zeer achterdochtig. Alle bestwil ter wereld en de mooist gevormde bochten, mogen niet baten. De foto’s uit Yuhu op de laptop in de achterklep van de auto, wil hij maar sporadisch bekijken, achteloos bijna. Hij negeert eigenlijk de hele tijd onze aanwezigheid, en blokkeert een gesprek of contact. Moeilijk ook als je elkaar niet kunt verstaan, of je gedachten niet duidelijk kunt maken in taal. Het allerlaatste is dan mogelijk: een portret maken van Fenmei met oudste tante, en dan een portret van Fenmei met de oudste zoon. Maar waar zijn dictators zo bang voor? In welke wereld leef je, en wat krijg je van huis uit mee?

Op de terugweg rijden we langs een goede vriend van Derde Oom, die een Italiaanse pizzeria heeft overgenomen. Z’n vader, een mooie oude Chinees bakt de pizza’s! Ze zijn heerlijk. Ondertussen zit het cafe gedeelte vol met Italianen die naar de voetbalwedstrijd van Inter Milaan kijken. Het gaat er heetgebakerd aan toe. Het westerse of Italiaanse tijdverdrijf voor Chinese Opera kijken in Yuhu, denk ik maar. De pizzeria verkoopt Italiaanse pizza’s tegen Chinese, absurd lage prijzen van ongeveer 5 euro per stuk. Elke Italiaan verkoopt ze voor tweemaal die prijs. Maar Chinezen kunnen anders niet concurreren, stelt oom Gigi. Fenmei zegt dat het bewezen is dat de spaghetti van de Chinezen komt, zij hadden al de noedels.

a chinees a naaiatelier vriend a naaiatelier a pizzabakker

Comments are closed.